De invloed van angst en dwang op mijn denken

Angst en dwang doen een beroep op het denkvermogen en de logica. Als naaste ben je vaak niet bewust welk effect dit op jouw denken heeft.

Bij iemand die last heeft van angsthandelingen draait alles om de vorm.
– Hoe vaak iets moeten worden gedaan
– Hoe lang iets moet worden gedaan
– Wat wel en niet mag worden gebruikt
– Hoe iets moet worden gezegd

Natuurlijk zit daar iets onder. Het gevoel van angst of onrust. De dwanghandeling is daar de uiting van.
Maar die uiting is de buitenkant die wij als naasten zien.
Wij zien de vorm. De dwang vindt de vorm zo belangrijk dat deze een continu beroep op ons doet. Door de vorm in stand te houden kan de dwang bestaan.

In discussie met de dwang

Als jouw partner vanuit dwangmatigheid alles moet controleren in huis, dan probeer jij waarschijnlijk uit te leggen dat dit niet nodig is. Hij of zij weet toch dat alles dicht of op slot zit. Toch is dit voor de dwang niet voldoende.
Hoe meer jij uitlegt, hoe meer argumenten de dwang aandraagt dat het wel nodig is.
Ik weet dat ik met mijn partner in eindeloze discussies belandde waarin het ergens logisch was hoe hij het aan elkaar praatte, maar dat ik wist dat het niet klopte. Ik kon mijn vinger er niet op leggen waar de logica mis ging. Het meest frustrerend was dat ik hem daarvan niet kon overtuigen. Hoe meer argumenten ik aandroeg, hoe meer er terugkwamen en ik mezelf vastpraatte. Terwijl ik wist dat mijn logica klopte. Uiteindelijk hield ik mijn mond en zorgde op een of andere manier ervoor dat het weer rustig werd. Soms zag hij op een rustig moment – wanneer hij uit de dwang was – dat het inderdaad niet logisch was wat hij deed, soms zag hij dat helemaal niet in. In het eerste geval kon hij sorry zeggen,  in het tweede geval niet.
Uiteindelijk maakte het niet uit. Als die dwang weer kwam, begon het spelletje opnieuw.

De logica van dwang

Dwang heeft zijn eigen logica.
Ik wist het en toch trapte ik er telkens weer in. Jarenlang ging ik elke dag weer de discussie aan met de dwang in de hoop dat ik mijn partner nu echt kon laten inzien dat het niet hielp wat hij deed en dacht.
Pas veel later ben ik gaan inzien dat ik precies hetzelfde deed. Ik bleef de dwang overtuigen van de nutteloosheid en hoewel ik elke dag het bewijs kreeg dat het niet hielp, ging ik er wel mee door.

Achteraf kan ik zeggen dat er nog iets speelde dat ik niet door had.
Ik vind mezelf een redelijk intelligent mens. De dwang heeft echter een heel ander beroep gedaan op mijn intelligentie en met name op mijn denkvermogen.
Dwang wil alles bewezen hebben. “Hoe kun jij voor 100% bewijzen dat dit echt schoon is? En als jij dat kunt bewijzen, hoe bewijs je dan dat jouw bewijs voor 100% betrouwbaar is?”
Menno Oosterhoff beschrijft dit fenomeen duidelijk in zijn boek ‘Vals Alarm’.
Hetzelfde geldt natuurlijk voor iemand die last heeft van angst.
Angst en dwang kunnen wat uiting betreft redelijk dicht bij elkaar liggen, al zijn het verschillende diagnoses. Het effect op jou als naaste kent veel overeenkomsten. Je moet of meedwangen of vermijden. In beide gevallen moet je iets of mag je iets niet.

Getraind door de angst en dwang

Ik ben jarenlang getraind door de angst en dwang in mijn gezin. Zodra het ging om angst en dwang ging ik in de denkstand van het zoeken naar bewijzen, ging ik in de overtuigingen. Niet alleen naar mijn gezinsleden maar ook naar buiten.
Als ik een advies kreeg van iemand kon ik daar niets mee. Mijn ‘ja-maar’ kwam gelijk in actie. “Overtuig mij eerst maar eens van jouw gelijk. Dit gaat over mijn gezin. Jij kent mijn situatie niet. Dat heb ik al eens geprobeerd.”
Zo kan ik wel even doorgaan.
Ik had het denkpatroon van de dwang overgenomen. Ik wilde bewijzen hebben om mezelf te kunnen overtuigen en niemand kon mij bewijs geven. Nog steeds vind ik het jammer dat er niemand was die mij heeft uitgelegd dat ik het denkpatroon van de dwang had overgenomen.  Maar ja … ik heb het over meer dan tien jaar geleden.

Mijn vicieuze cirkel

Het gekke is dat de bewijzen die er wel waren dat ik niet hielp door het meedwangen en vermijden mij niet konden overtuigen om ermee te stoppen. Dat heeft een andere oorzaak. Ik was te bang om tegen de angst en dwang in te gaan. De keren dat ik dat wel deed heb ik nog helder voor ogen. Dat was niet fijn, in sommige gevallen zelfs traumatisch.

Nu weet ik dat dit mijn eigen angst was. Dat had ik toen niet door. Angst en dwang van de ander duwen jou in je angst, maar zorgen dat je in de logica blijft en dat je niet durft te bewegen in je angst.
Dat is de vicieuze cirkel waarin de angst en dwang van de ander jou klemzet.

Hoe kun je dat patroon doorbreken? Eerst bewijzen zien? Of vertrouwen hebben?
Durf je – met dit inzicht – de stap te nemen om je eigen angst onder ogen te zien?
Toen ik werkelijk mijn angst durfde te voelen, was ik pas in staat om uit het denken van de dwang te stappen.
Ik had voldoende bewijs dat het andere, dat ik meer dan vijftien jaar had gedaan, niet hielp. Dit bewijs geloofde ik omdat er geen andere weg meer was en hielp me om het lef te vinden om te vertrouwen op een andere manier.

Wil je er eens praten over hoe dit voor jou is?
Neem gerust contact met mij op. Ik geef je geen bewijs. Ik kan wel met je meekijken naar jouw situatie en jou helpen het lef te vinden om je vertouwen te gaan vertrouwen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *