De tulpen en een narcis
Lang wachten op de tulpen
Net als elk jaar kijk ik de tulpen weer uit de grond. Ik heb al twee keer een bosje tulpen gekocht, maar eerlijk is eerlijk – na een week liggen er blaadjes op de grond en verdwijnen ze in de groene bak.
Ik heb ook tulpenbollen in de tuin. In het najaar heb ik ze enthousiast in de grond gestopt, blij van het idee dat er in het voorjaar prachtige tulpen in de tuin staan.
Vanaf februari mag van mij de lente beginnen. Ik kijk. Ik speur. Ik wacht. Maar er gebeurt niets.
Misschien herken je dat gevoel ook. Dat je al zóveel geprobeerd hebt.
Dat je blijft kijken, hopen, zoeken — en dat er ogenschijnlijk niets verandert.
Een paar weken later zie ik de bladen boven de grond komen, maar wat gaat dat langzaam. Dat is het moment dat ik een bos tulpen koop, voor het snelle resultaat. Tot ze na een week uitgebloeid zijn.
Maar nog een paar weken later… jippie. De eerste tulp is er nu echt. Ik weet: hier ga ik wekenlang van genieten. Niet alleen dit jaar. Ook de komende jaren.
Naast de tulpen… een narcis
Maar dan zie ik ineens iets anders. Een narcis. Ik speur de tuin rond, maar dit is de enige gele paasbloem en ik heb hem niet geplant.
Vreemd.
Of eigenlijk, bijzonder.
Hij valt goed op tussen de tulpen die nog moeten komen.
De meeste naasten die bij mij komen, willen eigenlijk een bos tulpen.
Iets dat snel werkt en direct resultaat geeft.
Iets waarvan ze zeker weten: dit gaat het verschil maken!
En eerlijk? Ik begrijp het.
Zeker als je al zo lang probeert om iets te veranderen.
Als je partner blijft worstelen.
Als je kind vastloopt.
Als jij degene bent die blijft dragen, denken, oplossen.
Dan wil je grip.
Dan wil je zekerheid.
Dan wil je dat het nú beter wordt.
Ik heb geen geduld
Je kunt geen bloeiende tulp in de grond stoppen. Je zult bij het begin moeten beginnen.
In de grond.
Ofwel: in jezelf. En dan geduld hebben.
En dat voelt vaak alsof er niets gebeurt.
Maar dat is niet waar.
Onder de grond gebeurt alles. Daar wordt gezocht naar voeding. Naar stevigheid. Naar een andere manier van groeien.
Wat ik vaak hoor, is dit: ‘Ik wil best met mezelf aan de slag, maar dan wil ik wel precies weten wat het oplevert. Hoe snel. Wat er verandert. Hoe de ander reageert. Of het beter wordt.’
Met andere woorden: de controle blijft bij de ander liggen. En precies dát houdt alles in stand.
Verandering ontstaat niet doordat jij de ander de juiste kant op duwt.
Verandering ontstaat doordat jij anders gaat wortelen.
En wat er dan gebeurt?
Dat is nooit precies wat je had bedacht.
Het effect komt via een andere weg. Onverwacht. Soms verwarrend.
Maar vaak krachtiger dan je dacht.
Zoals die narcis.
Niet gepland.
Niet verwacht.
Maar precies op de juiste plek.
=====================================================
Blijf je bosjes tulpen kopen die steeds weer verwelken?
Of kies je ervoor om iets op te bouwen dat echt kan groeien — ook als je nog niet precies weet hoe het eruit gaat zien?
De Boonstra-methode helpt je om die tulpenbol te zijn.
Om te wortelen. Om te groeien.
En om ruimte te maken voor verandering — ook als die anders komt dan je had verwacht.
Niet alleen nu, ook voor de toekomst.
Je kunt op drie manieren aan de slag.
- De online groepsomgeving Als helpen niet helpt – SAMEN.
In de veiligheid van een groep, maar jouw bloembol (eigen proces) staat centraal. - Een intensief begeleid traject voor jou alleen Als helpen niet helpt – INDIVIDUEEL
- Het traject voor ouders Als helpen niet helpt – OUDERS