Onze kleine kinderen laten we vallen, onze grote kinderen niet!

Een kind leert met vallen en opstaan, maar als het om een groot kind gaat met een GGZ-diagnose beschermen we hem voor het vallen. Wat is het effect daarvan?

Een kind leert met vallen en opstaan. Letterlijk en figuurlijk. In het eerste levensjaar probeert een kind te staan. Hij trekt zich omhoog, valt op z’n billen en probeert zich weer omhoog te trekken.
Dat is topsport. Intensieve training voor de arm- en beenspiertjes. Gelukkig maar, want daardoor worden de spieren sterker. Na verloop van tijd blijft het kind staan. Zijn beentjes kunnen hem dragen. Als ouders sta je er blij en bemoedigend bij. “Goed zo, wat doe je dat goed. Probeer het nog maar een keer.”
In de box of op het speelkleed kan hij veilig vallen. Dat is natuurlijk mooi, maar dat hij gaat het ook doen als jij niet kijkt en als het speelkleed er niet ligt.

“Goed zo, probeer nog maar een keer”

Topsport van een klein kind

De volgende stap is lopen. De eerste stapjes worden aan jouw hand gezet of aan de rand van de tafel. Je kind waggelt lekker rond en valt geregeld. Zijn spieren leren om te coördineren en worden sterker. Daarnaast leert hij situaties inschatten. Wat kan wel en wat kan niet. Je probeert hem te behoeden voor vallen, maar realiseert je dat dit onmogelijk is. Jij bent even bezig en je kind waggelt rond – en valt. Er komen tranen. Je troost en zet je kind weer neer. Lopen leer je nou eenmaal met vallen en opstaan.
Het is zomer en je bent buiten. Je laat hem lekker ontdekken. Hij loopt en ……. au! Bloedende knie. Buil op zijn hoofd. Dit herkent elke ouder. En dan moet hij nog leren fietsen.

“Sporters leren van vallen”

Een kind is altijd aan het leren. Dat doet hij door veel te trainen. Motoriek, en ook kennis en sociaal gezien. Met vallen en opstaan.
Veel sporters falen tijdens een training. Dat motiveert om door te gaan, om te ontdekken wat er fout ging en daarvan te leren.

Een kind traint zijn spieren, zijn grove en fijne motoriek, maar hij leert nog veel meer. Hij leert doorzetten, hij leert waar zijn grens is, hij leert om iets te durven, hij leert wat wel en niet veilig is, hij ontdekt nieuwe dingen en andere mogelijkheden. Hij krijgt steeds meer zelfvertrouwen. Hij leert boos zijn, verdrietig, bang en blij. En hoe hij daarmee om kan gaan.

Leren is trainen

Wat heeft dit te maken met een kind met een GGZ-diagnose?
Als je een (jong of volwassen) kind hebt met een GGZ-diagnose is dat niet niks. Het kan gaan om een angst- of dwangstoornis, eetstoornis of depressie. Er kan een combinatie zijn met bijvoorbeeld een autisme-gerelateerde stoornis of ADHD. Je kind heeft extra zorg nodig. Dat doe je, die extra zorg geef je.
Maar je geeft nog meer. Als ouder probeer je te zorgen dat er zo min mogelijk mis gaat voor je kind, zodat hij zo rustig mogelijk blijft. Want er gaat al genoeg mis.

Dit is heel begrijpelijk. Het is al erg genoeg dat je kind zo’n diagnose heeft. De keerzijde is wel dat je je kind hierdoor iets ontneemt.

“Je kind ontnemen om te leren”

Je ontneemt je kind om te leren, om te trainen. Om te vallen en te ontdekken hoe hij zelf kan staan. Je wilt dat hij leert, maar niet dat hij valt. Want dat is te eng. Daar ben je bang voor.
Stel je nu eens voor dat je je kind had willen beschermen tegen vallen toen hij leerde staan, lopen of fietsen. Gewoon omdat jij bang was dat hij zich pijn zou doen. Dan waren zijn spieren nooit zo sterk geworden, dan had hij nooit zijn evenwicht kunnen ontwikkelen, dan zou hij geen zelfvertrouwen hebben. Puur door jouw angst.

Opvoeden is loslaten

Een kind hebben met een GGZ-diagnose is niet makkelijk. Dat wil je niet voor je kind. En het doet iets met jou als ouder, met jullie als ouders samen en het heeft ook invloed op je andere kind(eren).
Wil je je kind beschermen zodat hij niet valt? Of wil je je kind helpen door hem de kans te geven te vallen, zodat hij zelf leert opstaan?
Help je vanuit jouw angst? Of help je door hem los te laten?
Dat vraagt van jou als ouder om een andere manier van omgaan te leren.
En leren vraagt training. Ook van jou!

Aan ouders die bij mij komen geef ik met deze metafoor inzicht in wat zij doen en wat zij in stand houden. Daarbij maakt het niet uit of hun kind zes of veertig jaar is of welke diagnose er is. Als ouders uit hun angst stappen, kunnen ze kijken hoe ze hun kind werkelijk kunnen helpen. Ontdekken wat ze hun kind willen meegeven in het leven.

En als relatiecoach kan ik zeggen dat dit principe ook geldt als je een partner hebt met een GGZ-diagnose. Ook hier is veel verbetering mogelijk wanneer je de stoornis durft los te laten. Geen hulpverlening aan hem of haar, wel weer partners van elkaar.

Wil je reageren op dit blog?

Dat kan hieronder in een reactie die (anoniem) gepubliceerd wordt of direct naar mij.

 

Wil je vaker mijn blog lezen?
En op de hoogte blijven?

Meld je dan hier aan voor mijn nieuwsbrief.

Please enter your name.
Please enter a valid email address.
Something went wrong. Please check your entries and try again.

4 reacties

  1. Sivlai op 30 maart 2019 om 08:24

    Helemaal gelijk Thea! Ik ga nog beter mijn best doen om “minder mijn best te doen”!

    • Thea van Bodegraven op 30 maart 2019 om 08:36

      Goed zo! Het lijkt zo tegenstrijdig, maar dat is het juist niet.

  2. Wilma Hardieck op 2 april 2019 om 08:35

    Wat heet los laten, onze zoon is al jaren een zorgmijder, woont zelfstandig in zijn huisje (lees hol) af en toe gaan wij als ouders bij hem kijken, kijken ja, naar een te schrijnende situatie waar in ons kind in leeft, hij accepteert geen enkele zorg, het hele scala van wijkteam gg enn gd curator en enz is pas bij hem geweest, niemand kan iets doen zo is de wetgeving,, machteloos zijn als ouders broer en zusjes, vreselijk voor onze zoon maar ook voor ons, rouwen om iets wat nog niet dood is, zijn naam wordt bijna nooit genoemd, loslaten,,, ja wij als gezin weten wat loslaten is ??

    • Thea van Bodegraven op 2 april 2019 om 10:09

      Wilma, wat een heftige pijnlijke situatie beschrijf je in een paar zinnen. Dank je wel dat je dit hier open en eerlijk doet.
      Als je zoveel weerstand ervaart, zijn er veel emoties. Dan is loslaten moeilijk, misschien wel onmogelijk. Je gaat snijden.
      Dit gaat echt over rouwen, zoals je zelf ook schrijft. Een andere manier van loslaten.
      Ik hoop dat jullie daar – in jullie tempo – stapjes in mogen zetten.

Laat een reactie achter