Moet er echt een stoornis zijn?

Het is maar hoe je ernaar kijkt

Een paar dagen geleden vroeg een cliënt aan mij of ik alleen maar mensen help die een partner of kind met een angst- of dwangstoornis hebben. Mijn antwoord daarop was: NEE.

Ik schrijf inderdaad op mijn website en blogs over angst en dwang in het gezin.

Dat betekent echter niet dat je gezinslid een ‘officiële’ stoornis moet hebben om bij mij hulp te zoeken. Angst en dwang komt op allerlei manieren voor.

Wat doe ik dan wel?

Een paar voorbeelden:

  • Je hebt een zoon in de puberteit en hij bepaalt voor een groot deel de sfeer in je gezin. Het is helaas  niet de positieve sfeer die je graag wilt hebben. Hij wil dat alles gaat zoals hij wil, hij gaat zijn eigen gang en houdt geen rekening met jullie als ouders en eventuele broers en/of zussen. Natuurlijk hoort dit bij de puberteit. Maar wat als jij, als ouder, niet meer kunt doen wat je wilt, niet meer kunt zeggen wat je wilt en het gevoel hebt dat je alleen maar probeert de sfeer in huis goed te houden omdat je zoon anders tekeer gaat? En wat als dit alleen maar erger wordt en het niet over gaat? Je loopt op eieren als je zoon thuis is en wringt je in allerlei bochten. En natuurlijk is het nooit goed wat je doet.
  •  Je hebt een dochter met een eetstoornis die thuis woont. Ze heeft hulp en probeert haar leven weer op de rails te krijgen. Het eten is iets wat veel aandacht krijgt en dat betekent dat jij daar continu rekening mee moet houden. Enerzijds weet je dat het belangrijk is dat je dat doet, anderzijds vind je dat ze regelmatig te ver gaat in wat ze van jou verlangt en hoe ze dat beargumenteert. Als je niet meegaat in wat zij wil, voel je de dreiging dat ze niet gaat eten.
  •  Je vrouw heeft baarmoederhalskanker gehad en heeft daar een intensieve behandeling voor gekregen. Die behandeling is nu afgesloten en de vooruitzichten zijn goed. Je hebt met alle liefde die hele periode voor haar klaar gestaan. Dat je jezelf daarvoor gedeeltelijk moest wegcijferen, was geen probleem. Nu gaat het veel beter, maar blijft ze op je steunen. Ze vindt het moeilijk om alleen dingen te ondernemen, is snel moe en emotioneel. Bij elke lichamelijke klacht die ze voelt, raakt ze in paniek. Je probeert haar weer gerust te stellen. Hoewel je het begrijpt, vind je het moeilijk om weer je eigen dingen op te pakken en durf je niet zo goed iets te doen waar jij plezier in hebt.
  • Jullie hebben net een kindje gekregen en je vrouw heeft een zwangerschap gehad waar angst een rol speelde. Dit kon je je wel voorstellen, met een bevalling in het vooruitzicht. Nu is de kleine alweer een paar maanden oud en krijgt je vrouw steeds meer angsten. Ze leunt veel op jou en het lukt je niet om haar gerust te stellen.
  • Deze situatie hieroven kan ook gaan over je (schoon)dochter die een kindje heeft gekregen en waarbij jij als (schoon)moeder je best doet om te helpen in het jonge gezin. 

Wat hebben deze situaties gemeen?

Je partner of kind zit vast in zijn of haar patroon. Vaak begrijp je waardoor het komt, soms begrijp je het niet. Het kan een officiële diagnose zijn, maar dat hoeft niet. Jij probeert, met liefde, voor je partner of kind te zorgen. En doet daar enorm je best voor. En toch… vaak helpt het niet, lukt het niet. Je hebt het gevoel dat je mee moet gaan in wat je partner of kind wel of niet wil of aandurft.

En waar blijf jij? Hoe geef jij je grens aan? Op welke manier laat jij merken wat je wel of niet wilt? Hoe laat jij jezelf zien en kom je weer tevoorschijn? Hoe kun je wél voor je gezin zorgen?

Als jij minder op eieren wilt lopen, meer energie wilt hebben, aan je gezin wil laten merken waar jouw grens ligt en weer een gezellige ouder en partner wilt zijn… dan mag je jezelf een coachtraject gunnen.

Bovenstaande voorbeelden zijn echt uit mijn praktijk. Deze mensen hebben bij zichzelf iets veranderd. En dat heeft effect. In het eerste gezin is het weer gezellig thuis, omdat de vader zijn grenzen is gaan aangeven op een manier die wel werkt.

De moeder van de dochter met de eetstoornis geeft nu haar grenzen aan. Dat is eng, maar ze merkt dat ze nu de goede boodschap aan haar dochter geeft.

De man uit het derde voorbeeld stelt zijn vrouw nog steeds gerust als de paniek haar overvalt, maar nu op een gezonde manier. Hij gaat weer leuke dingen doen. Doordat hij daarna met andere verhalen en goede energie thuiskomt, is de sfeer thuis verbeterd.

In het vierde voorbeeld is jonge vader bewust geworden wat het effect van zijn ‘helpen’ is op zijn vrouw. Liefdevol is hij dingen anders gaan doen. En zijn vrouw heeft nu de goede hulp om met haar angsten om te leren gaan. Ook de moeder in deze situatie heeft eenstapje terug gedaan zodat haar dochter ruimte heeft om aan zichzelf te gaan werken. Zij is weer ‘oma’.

Zit jij vast in de patronen van je gezin en ben je nieuwsgierig of het ook bij jou mogelijk is om iets te veranderen? Stuur een berichtje en we maken een gratis Skype- of belafspraak.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *